Ferdinand Grapperhaus is hoogleraar Europees arbeidsrecht, Partner bij Allen & Overy, vader van vier, voetballiefhebber, ...

Lees meer

Gepost op 17 oktober 2017

In moderne tijd ieder zijn eigen Moai

In mijn telefoon staan nog steeds foto’s van mijn korte verblijf in 2014 op Rapa Nui, Paaseiland. Twee telefoontoestellen verder, maar toch, deze foto’s hou ik altijd bij de hand.
Het was tijdens een wereldreis. Mijn vrouw had zich bij mij gevoegd, via Sydney en Santiago kwamen we op Paaseiland aan, en werden drie dagen lang door een plaatselijke gids met onverholen trots langs de beroemde beelden, de Moai, geleid.
Zij staat op de foto’s met een wapperende bos haar, en de zonnebril van een Amerikaanse filmster uit de jaren zeventig. Op andere foto’s zie je haar met ernstige blik naar de gigantische Moai kijken, alsof ze naar hun wijze adviezen luistert.
Het zijn enorme stenen koppen, met een veel te klein lijf eronder, soms met een groteske stenen reuzenhoed. Het heeft ondanks alles iets ontroerends: zoveel moeite om ze naar de kust te rollen en in rijen naast elkaar te zetten – om later van de katholieke missionarissen een donderpreek te krijgen dat het heidens is om de beeltenis van je overleden stamoudsten te aanbidden.
Vorige week was mijn vrouw een jaar geleden overleden, en drong het besef bij mij door dat ik haar dus ook al een jaar niet heb gesproken of echt gezien. Zo zijn die foto’s – en veel andere van haar die ik bij me draag – inmiddels mijn persoonlijke Moai. Zonder dat ik een beeld uit de rotsen heb hoeven houwen en vervolgens een heuvel op heb moeten duwen, zoals de bewoners van Rapa Nui moesten doen.
Het is de zegen van deze tijd dat we elk ogenblik in ons bestaan meteen kunnen vereeuwigen en bij ons houden.

Het kan ook een vloek zijn, wanneer anderen met ons gedigitaliseerde archief aan de haal gaan. Het is niet voor niets dat tegenwoordig één op de drie congressen over cybersecurity lijkt te gaan. Wat mij bij discussies over veilig databeheer opvalt, is dat we nog geen duidelijke normen hebben ontwikkeld waar onze consumptie van de data van een ander die gelekt zijn aan zou moeten worden getoetst.
Zulke normen zouden alleen al behulpzaam zijn bij het tegengaan van de verspreiding van 'alternative facts' — wat, als ik het goed begrijp, gewoon leugens zijn. Maar het is ook nuttig om beschadiging van iemands privésfeer te voorkomen.
De Tataren waren verplicht om hun naam op hun pijlen te zetten, zodat de getroffene altijd wist van wie ze afkomstig waren. Het moet technologisch mogelijk zijn om transparantie op internet en sociale media tweezijdig te maken, en meteen te weten wie de bron is van (mis)informatie.
Maar vooral: opdat we onze hoogstpersoonlijke Moai voor onszelf kunnen houden.