Ferdinand Grapperhaus is hoogleraar Europees arbeidsrecht, Partner bij Allen & Overy, vader van vier, voetballiefhebber, ...

Lees meer

Gepost op 03 oktober 2017

Homorechten in vrije val

Natuurstormen en bekvechten met Noord-Korea leiden de aandacht af van de zorgelijke anti-gelijke-rechten-politiek van de huidige Amerikaanse regering. De handelwijze rondom de rellen in Charlottesville was een recent voorbeeld. Maar het gaat om meer dan raciale tegenstellingen. Ook homorechten lijken in gevaar, blijkt uit recente ontwikkelingen in een langlopende zaak voor de Amerikaanse rechter. Een zweefduikinstructeur zou — in 2010! — een eerste sprong maken met een cursiste, die daarbij stevig aan hem werd vastgemaakt. Om de vrouw gerust te stellen zei hij dat hij homo was. Nu weet ik niet of dat voor mij de meest kalmerende opmerking zou zijn geweest bij een eerste sprong in het diepe vanaf een bergwand, maar de bedoeling was goed. Die mevrouw vond van niet. Ze beklaagde zich bij haar man, die bij de werkgever een officiële klacht indiende, waarna die de instructeur, ontsloeg — omdat hij had gezegd dat hij homo was. De instructeur diende vervolgens een claim in tegen zijn werkgever wegens discriminatie op grond van seksuele gerichtheid: geen reden voor veel aandacht. Naar Nederlands recht — te danken aan de EU-wetgever, mooi! — zou de handelwijze van de werkgever onrechtmatig zijn. Het alarmerende zit erin dat de regering-Trump zich nu in deze zaak mengde. Het Amerikaanse Ministerie van Justitie heeft zich aan de zijde van de werkgever gevoegd met een ondersteunend processtuk waarvan de centrale stelling is dat de Civil Rights Act discriminatie door werkgevers op grond van geslacht verbiedt maar niet discriminatie op grond van seksuele gerichtheid. Werkgevers mogen, aldus de vertegenwoordiger van het ministerie van justitie, bij beslissingen over een werknemer diens seksuele oriëntatie meewegen. Bizar genoeg heeft de tot de overheid behorende Equal Employment Opportunity Commission zich nu eveneens in de procedure gevoegd, maar dan aan de zijde van de werknemer. Ach, zeggen weldenkende mensen soms tegen me, moet dat nou, al die nadruk op gelijkheid? We zijn toch immers verschillend? Gelijke rechten zijn er wanneer in vergelijkbare omstandigheden tussen personen of groepen geen sprake is van een relevant verschil. Dan zijn we hetzelfde en is er geen reden voor enige vorm van onderscheid, of beter: discriminatie. Er is geen reden waarom een werkgever de seksuele gerichtheid van een werknemer zou meewegen op het werk. En er is geen reden voor mensen om zo overdreven te reageren als iemand een keer iets zegt wat niet relevant is — of eigenlijk: iedereen mag eens een foute of seksistische opmerking maken zonder meteen ontslagen te worden. Ik zou bijna zeggen: zelfs als zo’n opmerking verkeerd valt, maar dat zou die mevrouw dan ook weer verkeerd kunnen opvatten, zo vlak voor haar eerste zweefduik.