Ferdinand Grapperhaus is hoogleraar Europees arbeidsrecht, Kroonlid van de Sociaal Economische Raad, Partner bij Allen & Overy, vader van vier, voetballiefhebber, ...

Lees meer

Gepost op 05 december 2016

Doorgeslagen transparantie

Een jaar of vijftien geleden nog was er een kantonrechter in Terborg (Gelderland) die zijn vonnissen op Sinterklaasdag op rijm zette. Dat waren nog eens tijden. 'Hier zit een conflictmijdende Sint, die uw arbeidscontract vandaag ontbindt'. Maar de tijden zijn veranderd. Het kantongerecht ging op in het grotere geheel van de rechtbank, de rechter kwam meer op afstand te staan. En er mocht alleen nog in heldere taal worden gecommuniceerd.

Autoriteiten en instituties moeten alles uitleggen en verantwoorden. De zo langzamerhand doorgeslagen transparantie maakt dat we alles moeten kunnen verklaren en zichtbaar maken, tot in het brein van de rechter. Dat is lastig, want wij hebben in het burgerlijk recht een redelijkheidsnorm die nu juist door de rechter moet worden toegepast zonder vooraf gegeven regels.

Hoe ingewikkeld het is met die voortdurende hang naar transparantie, bleek bij het Italiaanse referendum. Premier Renzi probeerde te laten zien dat het erom ging de bestuursstructuur in Italië sterk te verbeteren: een gecompliceerd verhaal dat niet zonder mitsen en maren te vertellen is. Eén populistische spaak tussen het wiel was voldoende om zijn uitleg te laten ontsporen.

Ondertussen was de veel meer maatschappijgeoriënteerde Van der Bellen wel succesvol als presidentskandidaat in Oostenrijk. Er is ten minste één belangrijke reden voor het verschil. Van der Bellen ging het land in en verkocht een positieve, vrij algemene boodschap. In Italië wachtte Renzi ondertussen veel meer af en beging een doodzonde: hij verbond bij voorbaat zijn eigen lot aan de uitkomst. Dat lijkt moedig, maar is het niet. Een leider die zegt: als ik mijn zin niet krijg stap ik op, plaatst zichzelf boven de kwestie, boven de samenleving. Dat vraagt om een afstraffing.

De Oostenrijker Van der Bellen deed het dus slimmer. Hij hield het bij een soort kruising tussen 'Yes we can' en 'Wir schaffen das'. Het werkte. Want een algemene boodschap geeft wel een maatschappijvisie op hoofdlijnen maar behoeft weinig transparantie. Het is in wezen een simplistisch positivisme zetten tegenover net zo simpele populistische afbraakpolitiek. Want echte transparantie, werkelijk inzicht wil de kiezer niet. Dat is veel te moeilijk. Het betekent dat de kiezer een inhoudelijke keuze moet maken en zich niet meer achter zijn onderbuik kan verschuilen. En het leidt vaak tot ongewenste gevolgen.

Stel je voor dat het kerstverhaal transparant was verlopen. Dan had die herbergier met een uitdraai van zijn gastenlijst moeten verantwoorden dat er echt geen plek was. Dat was natuurlijk niet waar gebleken, en dan was het kerstkind in een motel van rond de jaarwisseling geboren. Geen os, geen ezel, geen herders bij nachte. Geen wierook, mirre of goud. Dat zou toch niemand willen.

Gepost op 28 november 2016

Eén groot complot

In de krant las ik over het Italiaanse referendum dat als een donker tankschip uit de mist op Europa komt afgevaren. Het gaat over het verbeteren van de Italiaanse bestuursstructuur, over het inperken van de macht van de vermolmde senaat, zodat regeringen slagvaardiger kunnen opereren. Maar de populistische Vijfsterrenpartij heeft de Italianen wijsgemaakt dat de achtergrond van het referendum een complot zou zijn van de Italiaanse regering en de EU om meer macht naar Brussel te brengen.

De onzekerheid neemt daardoor toe. De euro staat onder zware druk. En de Italiaanse banken dreigen alsnog onderuit te gaan. Waarmee de gewone Italiaan zijn pensioen in rook zou zien opgaan, want de pensioenfondsen hebben veel obligatiebelangen in diezelfde banken. Sic transit gloria — zie hier de vernietigende effecten van het complotdenken.

Een complot is een geheime afspraak tussen een aantal personen om gezamenlijk en planmatig iets te ondernemen ten nadele van een andere persoon of groep personen. Een complottheorie is een stelling dat een gebeurtenis of reeks van gebeurtenissen het gevolg is geweest van een complot.

En zo zijn er complotdenkers, mensen die achter elke hen onwelgevallige gebeurtenis een complot zien. Complotdenkers kenmerken zich door hun vaste patroon om elke met bewijs onderbouwde weerlegging van één van hun beweringen te beantwoorden door nieuwe twijfel te zaaien.

Complotdenkers hanteren het ‘Als, dan...’-model. Als Al Qaida achter 9/11 zat, dan hadden ze wel professionele piloten gestuurd. Dus was het een complot van de Amerikanen en de Israëli’s.

Als Diana echt het slachtoffer was van een dronken chauffeur en achtervolgende paparazzi, dan was ze nooit meteen dood geweest. Dus was het de Britse geheime dienst. De bewijsvoering van complotdenkers bestaat uit kabbalistische drab en door assistent-professoren van de Universiteit van Meppel afgegeven echtheidsverklaringen die nergens over gaan.

We gaan verkiezingstijd in, en ook bij ons komt het complotdenken langzaam binnen.

Wilders suggereerde aan het einde van zijn proces, in zijn laatste woord, dat het proces tegen hem een complot van de gevestigde orde is. Hij vergist zich. Hij is zelf inmiddels de gevestigde orde, samen met de andere complotdenkers en planloze issuestrijders. Wij, de rest van de maatschappij die al jaren belasting betalen, geen vooruitzicht op wachtgeld hebben, en in tegenstelling tot een al achttien jaar zittend Kamerlid om de zoveel jaar van onze manager of werkbaas te horen krijgen dat we eens iets nieuws moeten gaan doen, wij dus, de gewone mensen, zien dat het in Nederland goed gaat, en dat er maar één complot is: van de complotdenkers, tegen een goed functionerende samenleving. Want als de complotdenkers het goed met de samenleving voor zouden hebben, hadden ze zichzelf wel ontmaskerd.

Gepost op 21 november 2016

Onzinfiguren op televisie

De Amerikaanse tv-show Saturday Night Live zond een melige parodie uit op Amerikaanse liberals die de Trump-zege niet zagen aankomen. Het is een nep-reclamefilmpje over The Bubble, een mooie wijk met brownstone-huizen, waar je overal organisch kunt eten, alleen elektrische auto’s rijden, iedereen pastelkleurige suède of merino-wollen kleren draagt — maar geen Trump-stemmers wonen. Er zijn alleen geen brandweerlieden en politieagenten: die willen niet in The Bubble wonen.

Het lijkt er op alsof de Publieke Omroep juist onder een bubbel vandaan wil komen. De voorzitter van de NPO schreef vorige week dat zij het publiek nauwer wil betrekken bij de keuzes die de omroep maakt. De NPO worstelt met de vraag of men de gevoelens in de samenleving voldoende een plek geeft.

Dat verbaast mij. Ik zag de afgelopen maanden, wanneer ik eens midden in een praatprogramma viel, vrijwel alleen maar gevoelens uit de samenleving voorbijkomen. Zoals vorige week bijvoorbeeld bij een stel dames dat in een talkshow mocht vertellen waarom ze tegen inenting van hun kinderen waren. Het was de op hol geslagen kruidenvrouwtjeskennis van het internet, die nu vrij baan kreeg op prime time. Met dit soort onzinfiguren vullen steeds meer tv-programma’s van de Publieke Omroep zendtijd. Het zijn de duffe voorbijgangers op straat die in het NOS-journaal vanonder hun capuchon hun wereldvisie mogen ontvouwen, maar ook de zelfbenoemde deskundigen die zonder tevoren op dossierkennis te zijn gecontroleerd voor expert mogen doorgaan.

De gevoelens in de samenleving hebben al jaren een vaste plek bij de Publieke Omroep, die net als alle andere media — klassiek of nieuw — bezig is om te overleven in de strijd om aandacht en vooral geld van adverteerders. Ik begrijp dat, maar zorg dan wel voor een goed inhoudelijk evenwicht. Ik kan me de noodzaak voorstellen van Boer Zoekt Vrouw of Ik Vertrek, omdat dat programma’s zijn die met onschuldig amusement veel kijkers trekken. Vervolgens heeft de Publieke Omroep de taak om de kijker daaromheen echte inhoud en grondige informatie te bieden: zoals het programma Nieuwsuur vorig jaar met het onthullen van de justitiële bonnetjesaffaire. Inhoud die ontbrak toen Twan Huys beroepscrimineel Holleeder in dezelfde praatstoel zette als de moedige Chinese dissidente kunstenaar Ai Wei Wei.

Een jaar geleden waarschuwde ik dat Saturday Night Live bezig was om Trump salonfähig te maken. Men had hem als speciale gast ruim baan gegeven een uitzending naar zijn hand te zetten, inclusief censuur van wat hem niet beviel, alles omdat hij zoveel kijkers en dus adverteerders trok. Mooi voor Trump, slecht voor televisie als medium.

De NPO moet zijn oren niet laten hangen naar gevoelens in de samenleving, maar daar met distantie naar kijken. Niet de onderbuik van bepaalde groepen kijkers bedienen, maar onafhankelijk informeren.

Gepost op 14 november 2016

Oud als jong

De Nobelprijs voor Bob Dylan vond ik een opsteker. Hij is het levende bewijs dat creativiteit nog op hoge leeftijd kan bloeien.

Tja, ouder worden. Zeven jaar geleden, net na mijn verjaardag, stond er een interviewtje met mij in een krant, waar tussen haakjes het botte getal van mijn leeftijd (50) stond vermeld. Mijn vrouw lachte spottend: ze was nu met een vijftiger getrouwd. Ik vond het maar niks: er was net een partij opgericht door perpetuum-zuurpruim Jan Nagel, speciaal voor vijftigplussers — met ene Henk Krol aan het hoofd.

Deze man begon ongevraagd, en ook nog in slecht Nederlands, namens mijn leeftijdsgroep allerlei onzin uit te kramen over het feit dat wij ouderen gemangeld en tekort gedaan werden. In mijn wijde bekendenkring was mij dat nooit zo opgevallen, in geen enkele inkomensgroep. De cijfers spreken het ook tegen. Eenieder die de basisschool doorlopen heeft kan narekenen dat ouderen in Nederland het overwegend goed hebben. In de hele wereld hebben wij het laagste percentage vijfenzestigplussers onder de armoedegrens — twee procent. De vermogensgroei van dezelfde groep ouderen is de afgelopen vijftien jaar spectaculair geweest, terwijl juist jongere leeftijdsgroepen weinig vermogensaanwas hebben ondervonden. Het besteedbaar inkomen onder ouderen boven vijfenzestig jaar is in de periode 2006-2014 licht gestegen, terwijl dat in andere inkomensgroepen juist gedaald is. En zelfs de langdurige werkloosheid is onder ouderen gestaag aan het dalen.

Deze Krol bepleit nu ook weer het teruggaan naar het op 65 jaar houden van de AOW-leeftijd. Dat is niet alleen onbetaalbaar, het zou ook een onevenredig zware last op de schouders leggen van jongere generaties. Als de levensduur toeneemt, zal iedereen die langer leeft dan hij of zij oorspronkelijk dacht, aan de kosten van die langere levensduur moeten bijdragen. De toename van levensverwachting moet wel van twee kanten komen.

Wat ik wél onderschrijf is de roep om betere zorg en opvang voor hulpbehoevende ouderen. Het initiatief van schrijver/journalist Hugo Borst om veel meer te doen aan de ouderenzorg is mij uit het hart gegrepen. De voortreffelijke zorg die mijn eigen moeder krijgt in een particuliere omgeving zou iedere oudere in Nederland moeten toekomen. Dat kost geld, maar het hoort bij onze samenleving. Het is onbegrijpelijk dat deugdelijke politieke partijen dit zorgonderwerp niet zelf eerder hebben opgepakt. Juist dan zou de boodschap aan fitte en geestelijk gezonde vijfenzestigplussers dat zij wat inschikkelijker moeten zijn, beter uitlegbaar zijn. Voor gezonde ouderen geldt: verschans je niet in verlopen rechten, maar neem deel aan de maatschappij, Wat dat betreft, zou iedere gezonde oudere zich het motto van Dylans My Back Pages moeten eigen maken: 'I was so much older then, I’m younger than that now'.

Gepost op 07 november 2016

Dystopie versus rechtsstaat

Het Wilde Westen heette niet alleen zo omdat het een onontgonnen gebied was waar onbekende stammen en gevaarlijke roofdieren hun leefomgeving hadden. Het was ook wild, omdat er geen rechtsstaat was. Het was de sheriff die riep wat er moest gebeuren; er kwamen geen rechters aan te pas. Wanneer hij vond dat iemand geen plek meer verdiende in de samenleving, werd hij vogelvrij verklaard: iedere burger mocht op hem schieten. Wie verdacht werd van diefstal van koeien of als slaaf ontsnapte werd gelyncht. Of iemand werkelijk een misdaad had begaan werd niet gecontroleerd, lokale kranten bepaalden dat met berichtgeving die we nu als laster zouden kwalificeren. In bepaalde streken hadden outlaws het door middel van intimidatie voor het zeggen — waarbij het lastig was te bepalen of de sheriff niet zelf een outlaw was.

We gaan weer terug naar die tijd. De Britse rechters die beslisten dat het besluit over een brexit langs het parlement moet, zijn in de rechtse Britse pers vogelvrij verklaard. Volgens traditionele agitprop-methode werden ze met naam en toenaam uitgemaakt voor landverraders en vijanden van het volk. Het is het zoveelste bewijs dat de rechtsstaat door grote groepen opiniemakers en daarachter hun volgelingen niet langer erkend wordt. Wie het recht niet aan zijn zijde heeft mobiliseert de publieke tribune — de werkelijke argumenten achterwege latend. Men kan geen ongelijk meer incasseren.

Zo bijvoorbeeld ook in het Wilders-proces. Daar was niet zozeer de zoveelste wrakingsactie schokkend, dat hoort nu eenmaal bij Wilders, het is zijn goed recht, al vond ik de argumentatie dit keer zwak.

De provocatie aan het adres van de rechtsstaat kwam hier van de inbreng van filosofie-professor Cliteur, die kennelijk onvoldoende gehinderd door kennis over het discriminatieleerstuk zichzelf als getuige-deskundige mocht presenteren.

De uitlatingen van Wilders, aldus de expert, zijn simpelweg een voorstel tot immigratiebeperking gekoppeld aan nationaliteit. Hij vermeldde daarbij niet dat een dergelijke maatregel in strijd zou zijn met artikel 1 van onze Grondwet, omdat daarmee mensen van één bepaalde nationaliteit op het punt van immigratie ongelijk behandeld worden ten opzichte van alle andere nationaliteiten. Misschien wist hij het niet.

Een niet-deskundige dus, die het publiek op het verkeerde been zet met zijn autoriteit, maar gemakshalve het meest fundamentele grondrecht onder het tapijt veegt. Het hoort bij de opkomst van het anti-rechtsstatelijke denken.

Morgen kiezen de Amerikanen. Grote kans dat zij een stap achteruit zetten, weg van de geordende maatschappij, terug het Wilde Westen in. Waar ik niet bij kan is dat daar in de VS, net als hier, weldenkende lieden de rechtsstaat hebben uitgeleverd aan het dystopisch denken: niets deugt in deze samenleving, dus weg ermee. Zonder proces, vogelvrij verklaard.

Gepost op 31 oktober 2016

Weg met Bozo’s

Er is een prachtig filmpje waarin Robert De Niro de Amerikanen toespreekt over zijn bezorgdheid om de toekomst van de Verenigde Staten als Donald Trump tot president wordt verkozen. De Niro omschrijft de Republikeinse kandidaat daarin glashelder: Trump weet niet waarover hij praat, hij is niet echt geïnteresseerd en ‘he thinks he’s gaming society’.

De Niro is vooral boos over het feit dat de Verenigde Staten in een situatie terecht zijn gekomen dat een ‘bozo’, zoals hij Trump omschrijft, het tot kandidaat in de presidentsverkiezingen kan brengen.

Een bozo is een stompzinnige, incompetente figuur. In de politiek gaat het om mensen die ééndimensionaal denken en hun (potentiële) aanhang bedienen met éénzijdige, vaak niet haalbare beloftes, waar geen maatschappijvisie achter zit, laat staan een toekomstbeeld. Het zijn kortom populisten: ze voeren een politiek die bij voorbaat uitgaat van uitbuiting en oplichting van het volk door een volgens de populisten bestaande elite. Ze willen het gevestigde bestel omverwerpen zonder een eigen alternatief of ideologie te hebben.

In de kwestie rondom het Oekraïne-referendum dreigde premier Rutte, een politicus die wél een visie op de samenleving heeft, te worden gegijzeld door een stel bozo’s. Ik bedoel daarmee niet de fracties uit de Tweede Kamer, die begrijpelijkerwijs worstelen met de vraag of de democratie niet geweld wordt aangedaan door de uitkomst van een raadgevend referendum opzij te schuiven. Ik doel op de mensen die dit onderwerp hebben aangezwengeld zonder goede argumenten tegen het associatieverdrag, en zonder van te voren duidelijk te maken wat Nederland dan wél zou moeten doen ten opzichte van Oekraïne — én ten opzichte van Rusland, niet te vergeten.

Kennelijk durft niemand het te zeggen, dan maar bij deze. We moeten af van de bozo-politiek. De Nederlandse samenleving is een groot goed. In zes decennia, sinds de Tweede Wereldoorlog, hebben wij een maatschappij opgebouwd waarin iedereen kan welvaren, en wie daar niet in slaagt er altijd weer, door de maatschappij zelf, bij wordt getrokken. De zorgvuldige structuur van Nederland, mede vormgegeven binnen internationale samenwerkingsverbanden als EU en Navo, mag niet omvergehaald worden door stromingen die de eigen splinterbelangen boven de gezamenlijkheid plaatsen, en geen doordacht plan voor de toekomst hebben.

De eerste stap in de goede richting is nu gezet. De uitkomst van het referendum wordt niet overgenomen. In onze democratie is dat toegestaan, zeker als er snel verkiezingen komen. Die bieden vervolgens een mooie gelegenheid aan politici, die wél een maatschappijvisie hebben, om uit te leggen dat zo’n associatieverdrag niet op zichzelf staat. Het komt uiteindelijk voort uit het verder verbreiden van een vrij Europa. En om te laten zien dat bozo-politiek tot niets leidt.

Gepost op 24 oktober 2016

Het belang van Nederlands

Ik zit weer op mijn kantoor, voor mijn raam staat een boom mistroostig zijn bladen te verliezen. Een citaat van Willem Elsschot komt in me op: ‘Uit de diepte kom ik aan de oppervlakte en met een zucht van verlichting heb ik den ouden ketting weder om mijn enkel gesmeed’.

In één strofe vatte de Vlaamse schrijver samen hoe het voelt om uit de ellende weer langzaam overeind te komen: dat de dagelijkse sleur verlossing kan betekenen. Het is prachtige literatuur die ik op de middelbare school goed ingeprent kreeg. Zou dat in de toekomst nog steeds gebeuren? Ik betwijfel het. De Nederlandse taal delft steeds meer het onderspit in het universitaire onderwijs.

Alles wordt meer en meer verengelst. Dan mag je er van op aan dat dat er op den duur toe leidt dat we op de middelbare school ook steeds minder tijd aan de Nederlandse taal gaan besteden. Een verkeerd signaal.

Als we vinden dat eerste en tweede generatie immigranten in onze samenleving moeten assimileren — en dat vind ik — moeten we vooreerst goed definiëren wat onze gemeenschappelijke taal en cultuur inhoudt.

Dan stel ik bijvoorbeeld vast dat onder de Nederlandse bevolking Zwarte Piet niet meer tot de gedeelde culturele waarden behoort. En dan is het vervolgens niet echt een opgave om te constateren dat het gelijkheidsbeginsel in al zijn vormen diepgeworteld is in Nederland.

Maar dan is de Nederlandse taal en vooral de ontwikkeling daarvan onder de bevolking ook een wezenskenmerk. Net zo belangrijk als het goed begeleiden van kinderen en jongeren bij het maken van toekomstgerichte keuzes in onderwijs en opleiding, is het om ze een geruststellende basis mee te geven in hun eigen taal en cultuur.

Ik realiseer mij dat het noodzakelijk is om bepaalde delen van het onderwijs op universiteiten in het Engels of Spaans of misschien zelfs Mandarijn te geven. Dat is nodig om talentvolle academici van buiten te trekken, zowel om onderwijs te volgen als om onderwijs te geven. Het is ook nodig om Nederlandstalige studenten gewend te laten raken aan de internationale taal van wetenschap en kennis.

Maar voor de basis van alle begrip over onze samenleving én ons land, is het noodzakelijk dat onze eigen taal in de toekomst goed verankerd wordt in het lager en middelbaar en onderwijs, maar zeker ook in het universitaire bachelor-onderwijs. Een mooie taak voor de volgende minister van Onderwijs.

En niet als verplicht nummer. Het Nederlands is een prachtige taal, waarin je, omdat het je aangeboren dan wel je geadopteerde moedertaal is, je volledige expressie kwijt kan.

En waarin je echte troost kunt vinden, ook niet onbelangrijk.

Gepost op 17 oktober 2016

Onvoltooid voltooid leven

Van de huisarts moest ik op de website van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie op zoek naar een euthanasieverklaring voor mijn vrouw. Maar het eerste wat ik op de site tegenkwam was een overzicht: de voordelen van euthanasie. Ik stopte met lezen. Voordelen. Zo ver was ik nog niet.

Maar mijn vrouw had wel al besloten, dus moest ik doorlezen, en ervoor zorgen dat de verklaring werd uitgeprint en zij die kon lezen en tekenen.

Het is het dilemma van iedere achterblijver. Je wilt geen stap zetten richting het afscheid voor altijd, maar je moet de ander daar juist bij helpen als je van haar houdt. En de ander die ondraaglijk lijdt heeft recht op de dood, hoe hard dat ook klinkt.

Het is een zegen dat het kabinet nu komt met een voorstel om ook ouderen, die niet verder willen omdat hun leven voleindigd is, het recht te geven op de zelfgekozen dood. Het gaat om ouderen die een weloverwogen wens hebben te sterven, omdat ze hun leven als voorbij ervaren.

Nederland blijft daarmee vooroplopen als het gaat om euthanasie. Ik vind dat goed. Wij hebben de afgelopen veertig jaar een diepgaand debat gevoerd over alle voors en tegens van euthanasie. Dat heeft geleid tot uiterst humane regelgeving die het mogelijk maakt om onder omstandigheden te kiezen voor de dood en daar ook uitvoering aan te geven. Daarbij hoort dat iedereen die ernstig lijdt onder de voortzetting van het leven het recht heeft daar een einde aan te maken en hulp bij te krijgen.

Of daar een nieuw beroep voor nodig is, de stervenshulpbegeleider, vraag ik mij af. Huisartsen, die hun patiënt kennen en die goed zijn opgeleid in inschatting van de aard en ernst van doodswensen, lijken mij zeer geschikt om ouderen hierbij te begeleiden. De deskundigheid die nu al bij gespecialiseerde artsen bestaat zou wat mij betreft ook moeten worden uitgebreid naar de hulp aan ouderen met een gerechtvaardigde doodswens.

Voor mijn vrouw was het leven zeker niet voltooid, integendeel, er was nog veel te doen. Maar ze werd overvallen en daarna volledig ingesloten door een gemene ziekte, die het leven al na twee maanden bijna had weggenomen.

Het is een zegen dat wij het in Nederland mogelijk hebben gemaakt dat verder ondraaglijk lijden dan niet meer hoeft. Laten we dat ook aan ouderen, die niet ongeneeslijk ziek zijn, maar wel uitzichtloos voortbestaan, gunnen.

Het is nu leeg thuis. De innigheid ontbreekt aan alles. De kat is gedesoriënteerd, en ik ben zelf ook niet echt op koers. Maar ik heb vrede met haar keuze.

Gepost op 10 oktober 2016

Vanzelfsprekende zorg

Geleidelijk aan heeft iedereen afscheid genomen en zijn we alleen nog maar met het gezin. Door de uitzichtloosheid kom je in een stiltegebied terecht, waar het rumoer over verkiezingen en jacht op terroristen is weggeëbd. Het gewone leven raakt steeds meer uit het zicht. Wat wel dichtbij blijft is de medische zorg, die in Nederland van hoog niveau, maar ook barmhartig en betrokken is. In het ziekenhuis nemen de artsen en verpleegkundigen de tijd en overleggen met de patiënt, thuis weet de buurtzorg alles over medicijntoediening, maar helpt ook bij eenvoudige dingen: misschien wel de beste zorg ter wereld.

Ergens klinkt ineens een echo van de discussie over eigen bijdrages in de zorg: mensen moeten betalen, zo vindt men, dan merken ze pas hoe duur de zorg is. Omdat ik tijdens de rusturen nergens toe kom, en die belerende beleidseconomenmentaliteit me niet zint, ga ik het maar eens achter mijn bureau thuis uitrekenen. Als ik met behulp van de informatie van zorgverzekeraars een paar voorbeelden doorreken, ben ik verbijsterd over wat de laagste inkomens zelf moeten betalen voor zorg. Eigen risico en eigen bijdrage zijn voor degenen die het minst te besteden hebben fors. Een boete voor toegang tot de zorg, opgelegd door strenge schoolmeesters die er zelf nauwelijks financieel iets van voelen.

Het gebruik van zorg neemt daardoor inderdaad af, maar in veel situaties waar zorg toch nodig is ten onrechte. Één van onze samenbindende waarden is ons unieke zorgsysteem. Dat mensen voor het gebruik daarvan een bescheiden bedrag moeten betalen, naar rato van inkomen en vermogen, begrijp ik. Dat helpt voldoende tegen oneigenlijk gebruik. Maar een eigen bijdrage of eigen risico mag niet deel van de sturing van de financiering worden. We verliezen daardoor één van onze kernwaarden, dat iedereen gelijk behandeld wordt in ons voortreffelijke zorgstelsel.

Nog even en er komen first-in-line loketten in het ziekenhuis waar je kunt voorsorteren als je maar geld hebt. Financiering van de zorg moet naar draagkracht, om een eerlijk systeem te behouden. Als de kosten in de toekomst onvermijdelijk toenemen door vergrijzing, kan dat niet opgelost worden door financiële drempels voor iedereen, ongeacht zijn of haar welstand, almaar verder te verhogen

Ik schrik op van mijn berekeningen. De bel heeft de stilte doorbroken. De huisarts komt langs om te kijken hoe het gaat en iedereen moed in te praten. Zorg kan niet zonder zorgzaamheid, maar de zorgzame samenleving is door hoge eigen bijdrages letterlijk geen vanzelfsprekendheid meer. En dat is nu juist één van onze verworvenheden: dat goede zorg vanzelfsprekend is.

Ik gun niemand deze uitzichtloosheid, maar des te meer toegang zonder drempels tot goede zorg.

Gepost op 03 oktober 2016

Donald Trump en belastingpatriottisme

 

Ik hoorde het woord in een paneldiscussie bij CNN na het eerste Amerikaanse verkiezingsdebat. Een in een achterstandsbuurt opgegroeide jongeman hekelde Trump vanwege zijn belastingmoraal. De jongen was twintig, hij studeerde aan een college, en hij had drie baantjes nodig om dat te bekostigen. ‘En ik betaal ook gewoon belasting’, zei hij.

‘Unpatriotic’, was zijn kwalificatie van Trump. We wisten toen nog niet dat Trump waarschijnlijk al sinds 1995 geen belasting meer betaalt vanwege € 950 mln aan verrekenbare verliezen van geflopte investeringen in onroerend goed. Nu we dat weten, maakt het hem nóg ongeschikter als president van de VS.

Zelf ben ik nooit een groot voorstander van verrekenbare verliezen geweest: het werkt uiteindelijk gewoon concurrentievervalsend. Het is een fiscaal arrangement dat bij uitstek oneigenlijk gebruik in de hand kan werken.

Maar goed, het kan beginnende ondernemers, maar ook ondernemers die vergaand willen innoveren of voor de toekomst investeren, over de streep trekken of vooruit helpen, dus laten we het dan toch toestaan, maar in redelijke mate, en in duur beperkt. We spreken dan bijvoorbeeld met elkaar af dat een ondernemer gedurende een jaar of drie zijn met daadwerkelijk ondernemen gemaakte verliezen tot een maximum van de helft van zijn latere winsten mag verrekenen.

Dat is iets totaal anders dan de mogelijkheid krijgen om twintig jaar lang jaarlijks over 50 miljoen dollar geen belasting te hoeven betalen wegens een megaverlies, dat niet eens op innovatief of risicovol ondernemen is geleden, maar louter op uit de hand gelopen onroerend goed aankopen.

Het is alsof ik bij Monopoly de kanskaart trek: omdat u te snel hotels op Vreeburg en Neude heeft gezet, en de andere spelers erover heen gedobbeld hebben, krijgt u € 1000 van de bank.

Overigens zou de Amerikaanse kiezer toch moeten zijn opgevallen dat alle opschepperij over zijn succesvolle ondernemerschap niet bepaald strookt met de grote verliezen die hij zelf bij de belastingdienst heeft gemeld, en het gegeven dat de Amerikanen die wel belasting betaalden al die jaren voor zijn verliezen zijn opgedraaid.

Als Trump echt zó lang jaarlijks zo’n hoog bedrag aan belastingen heeft bespaard, is hij totaal niet geloofwaardig meer als presidentskandidaat. Hij heeft daarmee belastingontwijking tot een loterij zonder nieten gemaakt: het soort gokspel met altijd prijs dat hij in zijn eigen casino’s niet zou toestaan.

In hun recente boek Geloofwaardig belasting heffen wijzen Stevens en Lejour er nog maar eens op: een gezonde belastingmoraal is een belangrijk kenmerk van een geordende samenleving. Griekenland lijkt me een schoolvoorbeeld van hoe het niet moet.

Trump lijkt me een schoolvoorbeeld van iemand die geen president moet worden.